sander-27WimWe lezen het telkens opnieuw in de 6-jaarlijkse verkiezingspropaganda: Kontich-Waarloos, een landelijke gemeente aan de rand van de grootstad Antwerpen. Echter, hoewel er niet onmiddellijk een gebrek is aan open ruimte, werd er de afgelopen 20 jaar niets gedaan om die te versterken of zelfs te vrijwaren. In opeenvolgende coalities is er daarentegen geen gebrek geweest aan het opvullen van KMO- en woonzones, een ongebreidelde inbreiding in de dorpskernen met weinig oog voor kwalitatieve invulling van de zo noodzakelijk groen. In een zeldzaam geval kon een woonuitbreiding deels omgezet worden in natuurgebied, maar dit was zeker niet volgens de agenda van dit bestuur. Ook in verband met de dreigende KMO-zone Keizershoek (de zogenaamde ‘frietzak’), kan de politiek niet anders dan de brede actie te ondersteunen. Op het lokale politieke vlak staat Kontich alleszins niet bol van interesse, durf of visie rond open ruimte wat dan weer in schril contrast staat met de ijver om zoveel mogelijk van het grondgebied in het grootstedelijk gebied Antwerpen te manoeuvreren.

Kontich en Waarloos, op de grens van stad en platteland, hebben nochtans unieke troeven die nooit ernstig werden uitgespeeld. Elk van de ‘groene vingers’ die doordringen tot in het grootstedelijk gebied herbergt een belangrijke beekvallei. Nooit is er echt werk gemaakt om hierin landbouw en natuur te verweven, geen noemenswaardige initiatieven naar biodiversiteit noch recreatie, tenzij men het herbenoemen van grotendeels bestaande wandelingen als ambitieus bestempeld. Nochtans staat deze open ruimte onder druk! Het gemeentelijke natuurontwikkelingsplan (GNOP), dat als instrument was bedoeld om een actief beleid te voeren is al jaren dode letter: als er al iets gebeurde, dan was dit vanuit een hogere overheid (retentie Babbelkroonbeek, heraanleg Hessepoelbeek), natuurvereniging (Hulstmansbos), of –godbetert- aangetrokken door een naburige gemeente (‘Edegemse’ Zandbergen notabene in Kontich).

Sander wil geen afwachtende houding aannemen maar gaan voor een ambitieus maar toch realistisch beleid! De gemeente moet gaan voor een proactief open ruimtebeleid, inspelend op provinciale initiatieven waaronder de ontwikkeling van het Landschapspark Zuidrand (het vroegere ‘stadsrandbos’), geplande retentiebekkens, maar ook durven ‘out of the box’ te denken met het realiseren van het concept ‘Park Spoor West’. Inzetten op kwalitatieve verbetering van de centra door een duurzaam groenbeleid uit te werken. Er is nood aan meer bos, zowel voor de wandelrecreant als voor de verschillende jeugdbewegingen: Natuurpunt heeft bewezen dat bosuitbreiding mogelijk is, zelfs in Kontich, én dat hiervoor een groot lokaal draagvlak bestaat. We gaan het potentieel in de verschillende deelgemeenten benutten om bos- en natuuruitbreiding te realiseren zonder landbouwoppervlakte te verliezen.

Er moet een dialoog opgestart worden met landbouwers en boseigenaars voor het recreatief medegebruik van de open ruimte, met nadruk op doorsteekroutes voor fiets en wandelaar tussen de verschillende dorpskernen door de herwaardering van bestaande buurtwegen, het betrekken van landbouwers en jeudverenigingen in natuur- en bermbeheer (waarom geen subsidiesysteem hiervoor uitwerken als alternatief voor de voorbijgestreefde papierslagen?
), het accentueren van fietsroutes door de (her)-aanleg van dreven en houtkanten. De vroegere reserveringsstrook van de Grote Ring is een unieke open ruimte die ruime kansen biedt om natuurontwikkeling en biodiversiteit te verenigingen met recreatieve verbindingen: het dient actief ontwikkeld te worden als groene buffer tegen de verstedelijking.

Aandacht voor de open ruimte, dat betekent meteen ook respect opbrengen voor de groene restruimten binnen de woonzone. Iedereen voelt het zo aan, en ’t werd al meermaals wetenschappelijk gestaafd: kwaliteitsvol privaat en openbaar groen in de onmiddellijke leefomgeving bevordert rechtstreeks de gezondheid.

En toch blijken andere belangen, telkens wanneer het erop aankomt keuzes te maken, de bovenhand te halen: onnodig veel wordt er verhard, groenelementen, van kleine perken tot ganse parkgedeelten, worden opgeofferd aan parkings, de resterende ruimten zo “efficiënt” mogelijk aangeplant, kwestie van er zo weinig mogelijk achterafwerk aan te hebben.

We willen de open plekken in de woonzone behouden, en er zoveel mogelijk bijmaken. Biodiversiteit is het sleutelwoord bij de invulling en het beheer van die open ruimten. Het gemeentebestuur kan daar een voorbeeldfunctie in vervullen. Zowel op het niveau van de provincie, het gewest als via stichtingen (bijv. Koning Boudewijnstichting) is het mogelijk
een terugverdieneffect te creëren door maximaal in te zetten op projectsubsidiëring: milieudienst kan en moet hier een actieve taak krijgen, en verder versterkt worden met de herwaardering van de duurzaamheidsambtenaar. Een ‘meldpunt Natuur-Landbouw’ moet de communicatie tussen de sectoren optimaliseren.

 

Wim Annaert, lijstduwer Dorpslijst Sander

evaluatie 2017